
Uitlatingen van
kufr (ongeloof)
Hazrat Allama Maulana Mohammed Ilyas Attar Razvi
Een vertaling uit het Urdu van
Mohamed Juzoef Tangali
Inleiding
Vaak
merk je op dat mensen vanwege ongeduld, ziekte en bezorgdheid uit
machteloosheid, domheid en dergelijke zulke uitspraken doen die (na’oezo
billaah) tot kufr gerekend worden. Bezwaar maken tegen Allah Ta’ala of Hem als
boosdoener zien is kufr. Degenen die dit
uitspreken of mengen in dit soort onzin of meepraten en instemmen (met het
volle verstandig vermogen) wordt een
kafir (ongelovige). Dit geldt voor
zowel verbaal (in woord en geschrift) als
non-verbale (lichaamstaal) participatie. Het nikaah (huwelijk) van
zulke moesliem wordt hierdoor verbroken, alle van Allah verkregen zegen (amaal
namaa) gaat verloren, en indien u aan uw hadj verplichting als voldaan is deze
ook teniet gedaan.
Maslaa inzake
kufr uitlatingen in moeilijke tijden MAAKT VAN U EEN ONGELOVIGE
Een
bepaalde persoon mag met mensen doen wat hij/zij wil, omdat hij van Allah alle
recht ertoe heeft verkregen.
1. Allah heeft altijd de kant van
mijn vijanden gekozen.
2. Door altijd alles aan Allah
over te laten heb ik ervaren dat er toch niets is bereikt.
3. Allah Ta’ala heeft mijn lot
(gelukkige leven) tot op heden nog niet geschreven.
4. Misschien is in Zijn (Allah)
Schatten geen ruimte voor mij aanwezig. Mijn wereldse verlangens zijn nooit
vervuld. Mijn hele leven heeft Allah geen enkele dua (smeekbede) van mij geaccepteerd. Degene die ik lief had hebben
mij verlaten. Alle dromen van mij komen anders uit. Mijn wensen zijn teniet
gedaan. Vertelt u mij nou eens, hoe kan ik in Allah imaan (geloof) hebben?
5. Een persoon maakt mijn leven
zuur, zelfs na de dood van zulke mensen is Allah met deze mensen.
6. Degene die op momenten van
moeilijkheden zegt: “O Allah! U hebt mijn rijkdom of dit en dat teruggenomen, wat gaat U nu nog doen? Of, wat
is overgebleven?” [Bahaar-e-Shari’at, deel 9, blz. 182]
7. Iemand die zegt: “Indien Allah
Ta’ala mij naast mijn ziekte ook een straf geeft of heeft gegeven, dan heeft
Hij mij onrecht aangedaan”.
8. Allah heeft altijd de kant van
de slechte mensen gekozen.
9. Allah heeft de machteloze veel
meer zorgen gegeven.
Maslaa inzake moedeloosheid en de uitlatingen daar omtrent MAAKT VAN U EEN ONGELOVIGE
10. Degene die zegt: “O Allah
Ta’ala! Geef mij rantsoen en maakt U (als een onderdrukker) mij niet moedeloos.
11. Indien iemand om reden van
politieke bescherming of gunst (in een ongelovige staat) bij een
overheidsinstelling werkt en daar in opdracht van het management of politici
woorden van ongeloof schrijft of laat schrijven.
12. Iemand die om financiële gift
of lening vraagt en daarbij zegt of opschrijft ‘indien u mij niet helpt dan
wordt ik Qadianie of christen’ is
onmiddellijk een ongelovige geworden. Zelfs indien iemand zegt dat ik na 100
jaar ongelovige wordt, is die persoon onmiddellijk een ongelovige geworden.
13. Iemand die een advies geeft
aan een moesliem om een ongelovige te worden is zelf onmiddellijk een
ongelovige geworden. Het doet er niet toe of de geadviseerde zelf een
ongelovige is geworden of niet. Zelfs iemand die ongeloof heeft laten
verkondigen of een gelovige als ongelovige heeft bestempeld en degene die
hiermee eens is, is zelf een ongelovige geworden. De reden hiervan is dat
hij/zij blij is met het bestempelen van een gelovige als ongelovige en dit is
ook ongeloof.
14. Indien Allah in werkelijkheid
zou bestaan, zou Hij de arme mensen helpen.
Bezwaar in welke
vorm dan ook MAAKT VAN U EEN ONGELOVIGE
15. Als Allah mij in de wereld
niets heeft gegeven, waarom heeft hij mij dan op aarde laten komen.
16. Een wees zegt als gevolg van
zijn afhankelijkheid: “Allah, die persoon is ook een schepping van u. Aan
hem/haar heeft u zoveel rijkdom en zegen gegeven. Ik ben ook een schepping van
U, kijk eens welke en hoeveel problemen U mij geeft. Is dit nou
rechtvaardigheid?”
17. Er wordt gezegd dat Allah met
de geduldige is. Ik zeg dat het allemaal onzin is.
18. Degene die ik lief heb,
blijven in bezorgdheid gedompeld en degene die mijn vijanden zijn wordt door
Allah Ta’ala blij gemaakt.
19. Indien iemand zijn ziekte of
van een dierbare verwantschap wegens onmacht of dwang aan Allah toeschrijft
door te zeggen: “O Allah! Waarom doet u onrecht? Die persoon of ik hebben geen
zonde begaan.”
Uitlatingen
betreffende de dood MAAKT VAN U EEN
ONGELOVIGE
20. Iemand is komen te overlijden
en een persoon zegt: “Allah Ta’ala moest dit niet doen.”
21. Een zoon van iemand is
overleden. Hierop zegt de ouder “dit wilde Allah hebben.” [de ouders hebben
door dit te zeggen beweerd dat Allah afhankelijk is van iets]
22. Wanneer iemand door is gegaan
wordt over het algemeen gezegd: “Wie weet waarom Allah Ta’ala zo’n haast had om
de overleden persoon zo snel terug te roepen. Allah heeft ook trouwhartige
mensen nodig, daarom heeft Hij hen snel de dood gestuurd.” [deze kufr geldt ook
voor de mensen die zowel verbaal als non-verbaal instemmen met de ongelovige
gepraat]
23. Sommige mensen zeggen als
iemand dood is: “O Allah Ta’ala U toont ook geen barmhartigheid over zijn
kleine kinderen.”
24. In geval een jongeling dood
gaat wordt gezegd: “O Allah Ta’ala, had toch eens rekening gehouden met
zijn/haar jonge leeftijd. Indien U iemand dood wilde dan had U die persoon of
een bejaarde kunnen laten doodgaan.”
25. Wat is nou zo noodzakelijk
geweest, dat Hij (Allah) hem zo snel heeft laten doodgaan.
Methodologie om
wederom imaan betuigen (nadat iemand een ongelovige is geworden)
Het
is onvoldoende om alleen met woorden tauba
(vergiffenis) te vragen zonder daarbij berouw met hart en ziel te betuigen.
Bijvoorbeeld, iemand heeft kufr
gesproken en een ander heeft hem/haar met liefkozende houding tauba laten doen
zonder dat aan de persoon in kwestie is verteld welke kufr hij/zij heeft
gesproken. Op deze wijze kan door die persoon geen tauba worden gedaan, de kufr
is nog steeds niet vereffend. Tauba wordt door Allah alleen erkend als de kufr
spreker ook beaamt dat hij/zij kufr heeft gesproken, de kufr met het verstand
en hart inziet én het nooit meer zal doen.
Zaak 1
Een
moesliem die zich voordoet als een christen. De tauba is als volgt:
“O Allah Ta’ala! Ik
had mijzelf als een christen voorgedaan, ik verzoek U om tauba (vergiffenis) jegens
die kufr (ongeloof) ‘Laa Ilaaha
Ielallaaho Mohammed_doerrasoellalaah sallallaho
alaihi wa sallam’.”
Op
deze wijze is wijze is voor de genoemde kufr vergiffenis gevraagd en is de
imaan weer tot stand gekomen.
Zaak 2
Indien
iemand (ma’az Allah) erachter komt ooit kufr te hebben gesproken en niet meer weet
welke kufrs hij/zij gesproken had dan is de tauba als volgt:
“O Allah Ta’ala! Ik
verzoek U om tauba jegens alle kufrs die ik ooit in mijn leven heb gesproken,
‘Laa Ilaaha Ielallaaho Mohammed_doerrasoellalaah sallallaho alaihi wa sallam’.”
Adviezen voor het
beschermen van de imaan
1. Iedere dag (dag, avond of
nacht) voor het slapen gaan dient u aan Allah vergiffenis te vragen en denken
aan de status van uw imaan.
2. Zowel in de ochtend (fadjr
tijd) als in de avond (na Isha) leest u (3 keer):
Bismillaahi
alaa deeni bismillaahi alaa nafsi wa wuldi wa ahli wa maali.
Deze smeekbede beschermt je
Dien (geloof), imaan (ziel), leven en rijkdom.
3.
Als problemen en/of
bezorgdheid u treffen, dan dient u sabr
(geduld) op te brengen. De Heilige Profeet Mohammed sallallaho alaihi wa sallam heeft gezegd, dat Allah heeft bericht:
“O mensen! Indien u gezegend wilt worden dan dient u zodra een probleem zich
voordoet onmiddellijk geduld te tonen. Ik zal dan jegens u ontevreden zijn met
iedere zegen behalve met de zegen ‘djannat’
(het paradijs). Ibn Maja hadith