Qur’aanwetenschappen

 

Een inleidende paper van

Al Haaj Mohamed Juzoef Tangali Qadri

 

 

 

 

Inleiding

 

·       De Heilige Qur'aan is in 610 n. Chr. aan de Heilige Profeet Mohammed   geopenbaard en bestaat uit 114 soera’s.

 

·       In de soera’s komen onder andere passages voor over het geloofsleer, ‘ibadat (godsdienstige devoties), mu’amalat (sociale relaties), geschiedenis, ethiek, verhalen van de profeet, commerciele- en militaire activiteiten.

 

·       Qur’aan betekent voorlezen of reciteren (soera Qiyaama 75: 17-18).

 

arabic

arabic

17. Ongetwijfeld, het is aan Ons te verzamelen en te reciteren.

18. Dus, zodra Wij hebben gereciteerd, volg dan het voorgelezen na.

 

Kanzul Imaan van Ala Hazrat

 

· Usuliyyun en fuqaha hebben de volgende definitie gegeven van de Qur’aan:

De Qur’aan is het Woord dat niet kan worden geimiteerd, is geopenbaard aan de Heilige Profeet , is neergeschreven in masahif (codices), is overgeleverd van generatie op generatie langs de weg van een ononderbroken ketting van overleveraars en door de recitatie waarvan de handelingen van devotie worden verricht.

 

· Definitie Qur’aanwetenschappen:

Een verzameling van studies van de qur’aan vanuit verschillende aspecten van de openbaring onder andere door rangschikking van verzen en soera’s, de verzameling van tekstgdeelten in één codex, het neerschrijven en reciteren van de qur’aan, de exegese, de studie van zijn ‘onnavolgbare schooheid’, de studie van de gedeelten die ‘opheffen’en zijn ‘opgeheven’ en nog andere thema’s die de bekende geleerde Jalaluddin Sayuti in zijn boek Al-Itqan fi ‘ulum al-Qur’aan [meesterwerk.in de Qur’aanwtenschappen] heeft opgesomd.

 

· In Al-Itqan fi ‘ulum al-Qur’aan staat dat de Qur’aan 55 namen heeft, zoals:

Al-Kitab (het Boek); al-Furqan (het Criterium); Karim (Eerbiedwaardig) en

Mubarak (Gezegend)

 

Meest gangbare is Qur’aan-al-Karim dat trug is te vinden in soera al-Isra’ (17:9).

 

 

Geschiedenis van de Qur’aanwetenschappen

 

Onderscheid in twee periodes:

 

1.      Periode vóór de schriftelijke registratie

Reden van geen registratie: de Heilige Profeet  verbood zijn metgezellen radi Allahu anhum om iets anders dan de qur’aan teksten op te schrijven, omdat mogelijk was dat handelingen van hem (per ongeluk) ook als qur’aan tekst opgeschrev zou worden. Hij zei dat mondeling op zijn gezag mocht worden overgeleverd. En wie moedwillig leugens over hem verteld moge zijn plaats in de Hel nemen!

 

De Heilige Qur'aan werd daarom in de regeerperiode van hazrat Abu Bakr Siddiq (632-634) en hazrat Umar-e-Farooq Azam (634-644) radi Allahu anhuma niet opgeschreven. Ook de ahadith werd in hun periode niet opgeschreven, maar mondeling verspreid.

 

o       Enkele sahaaba’s die de Qur’aanwetenschappen beoefenden zijn:

Harzat Abu Bakr Siddiq, hazrat Umar-e-Farooq Azam, hazrat Uthman ibn Affan Ghani, hazrat Ali Murtaza, hazrat Ibn ‘Abbaas, hazrat Ibn Mas’ud, hazrat Zayd Ibn Thabit, hazrat Abu Musa al-Ash’ari en hazrat ‘Abd Allah Ta'ala Ibn al-Zubayr.

 

o       Enkele Tabi’un die de Qur’aanwetenschappen beoefenden zijn:

Hazrat Mudjahid, ‘Ata’, ‘Ikrima, Qataba, al-Hasan al-Basri, Sa’id Ibn Djubayr en Zayd Ibn Aslam.

 

Bovenstaande personen worden beschouwd als de grondleggers van:

1)     ‘Ilm al-tafisr (Qur’aanexegese)

2)     Asbab al-nuzul (aanleiding tot de openbaring)

3)     ‘Ilm al-nasikh wa-‘l-mansukh (wetenschap van het opheffend en opgehevene)

4)     ‘Ilm gharib al-Qur’aan (wetenschap van de zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen van de Qur’aan).

 

2.      Periode van de schriftelijke registratie

Dit is de regeer periode van hazrat Uthman ibn Affan Ghani (644-656) radi Allahu anho. Hij gaf opdracht om de Heilige Qur'aan in één mushaf (codex) te bundelen. Hiermee begon de Qur’aanwetenschap ook wel aangeduid met ‘Ilm rasm al-Qur’aan en ook “Ilm rasm al-Uthmani.

 

Na zijn regeerperiode brak de tijd van Umayyaden (661-750) aan.

 

Tijdens deze periode werden een groot aantal boeken geschreven met aandacht voor ‘Ilm al-tafsir, omdat deze als bron van de andere wetenschappen werd beschouwd.

Eerste methode van Qur’aanexegese is al-tafsir bi’-l-ma’thur:

Bepaalde delen van de Qur’aan werden met andere passages uit de Qur’aan, ahadith en uitspraken van metgezellen uitgelegd.

 

De methode van Qur’aanexegese die hierna ontstond is al-tafsir bi-‘l-ray:

Uitleg op basis van eigen oordeel van de schriftgeleerden.

 

Andere exegese methoden die ontstonden zijn onder andere symbolische-, rechtsgeleerde, sociale- en literaire tafsir.

 

3.      Enkele auteurs van tafsir:

o       Sa’id Ibn Djubayr (gestorven 95 A.H./713).

o       Al-Shafi’i (gestorven 204 A.H./819) schreef Ahkam al-Qur’aan (voorschriften aangaande de Qur’aan).

o       Abu ‘Ubayda (gestorven 209 A.H./824) schreef Gharib al-Qur’aan (zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen in de Qur’aan).

o       Abu ‘Ubayd al-Qasim Ibn Sallam (gestorven 224 A.H./838) schreef Nasikh al-Qur’aan wa mansukhuh (opheffende en opgehevene gedeelte van de Qur’aan).

o       Abu Bakr al-Sidjistani schreef Gharib al-Qur’aan (zeldzame uitdrukkingen en woordbetekenissen in de Qur’aan).

o       Ibn al-Djawzi (gestorven 597 A.H./1200) schreef twee boeken.

o       Badr al-Din al-Zarkashi (gestorven 794 A.H./1391) schreef al-Burhan fi ‘ulum al-Qur’aan (bewijs aangaande Qur’aanwetenschappen). Deze auteur verzameld in dit boek essenties van de uitspraken van andere schrift-geleerden en citeert Qur’aanexegeten, traditiegeleerden, juristen, grammatici, wetenschappers van de Arabische taal.

o       Jalaluddin Sayuti (gestorven 911 A.H./1505) schreef al-Itqan fi ‘ulum al-Qur’aan (meesterschap in de Qur’aanwetenschappen). Heeft passages uit het boek van Zarkashi overgenomen.

o       Muffasir-e-Azam Hind Maulana Ibrahiem Raza Khan.

 

Werkwijze van Imam Jalaluddin Sayuti bij het schrijven van zijn boek:

 

a.      Bij elk thema noemt hij de bekenste geleerden die daarover hebben geschreven.

b.      Vervolgens schijft hij het nut en belang ervan om de Qur’aan te begrijpen.

c.       Hij citeert daarbij passages uit de Qur’aan en ahadith van de Heilige Profeet  en uitspraken van eerdere geleerden.

 

 

1.  De Openbaring van de Qur’aan vanuit islamitisch perspectief

 

 

1.1     Terminologie van het begrip ‘openbaring’

 

De zegswijze Nuzul al-Qur’aan (nederzending van de Heilige Qur'aan) wordt gehanteerd in Allah Ta'ala Zijn Woorden in soera al Isra (17:105):

 

arabic

En in wezen hebben Wij Qur’aan nedergezonden met waarheid en in wezen is het nedergedaald voor waarheid en Wij zenden u (profeet Mohammed) niet, doch als drager van goede boodschap en als waarschuwer.

Vertaling uit Kanzul Imaan

 

 

Ook de Heilige Profeet Mohammed  heeft de zegswijze gehanteerd: “Deze Qur’aan is in zeven letters (taalvarianten) geopenbaard.”

 

 

Taalkundig betekend nedergezonden: bezorgen van een landing op een bepaalde plaats, zoals in de de volgens vers in soera al Mu’minun (23:29):

 

arabic

En zeg, O mijn Heer, bezorg mij een gezegende landing en Gij zijt de beste van degene die doen landen.

Vertaling uit Kanzul Imaan

 

 

1.2    De fasen waarin en de wijze waarop de Qur’aan is geopenbaard

 

Drie stadia van openbaring:

 

1)      De eerste nederzending vond plaats in al lawh al-mahfuz (de Welwaarde Tafel) hetgeen blijkt uit soera al Burooj (85:21-22)

arabic

Maar het is een glorieuze Qur’aan.

 

 

arabic

Op welbewaarde tafel.