![]()
Imam Ahmad Hanbal ![]()
Hadji Mohamed Juzoef
Tangali al-Qadri
Over
Ahmad ibn Muhammad ibn Hanbal Abu `Abd Allah al-Dhuhli al-Shaybani
al-Marwazi al-Baghdadi
zegt
Al-Zahabi: “De voortreffelijke Sheikh van Islam en leider van de moesliems van zijn
tijd, de excellente hadith meester en bewijs van de religie. Hij ontving hadith
van Hushaym, Ibrahim ibn Sa`d, Sufyan ibn `Uyayna, `Abbad ibn `Abbad, Yahya ibn
Abi Za’ida
en hun grondlegger. Van hem verhaalde al-Bukhari
(twee ahadith in de Sahih), Muslim, Abu Dawud, Abu Zur`a, Mutayyan, `Abd
Allah ibn Ahmad, Abu al-Qasim al-Baghawi
en
een enorm aantal schriftgeleerden. Zijn vader was een soldaat (iemand die
mensen opriep tot de Islam) die erg jong stierf.“
Hazrat
Al-Dhahabi
verteld
verder dat `Abd Allah ibn Ahmad zei: “Ik hoorde Abu Zur`a (al-Razi) zeggen: ‘Uw
vader had een miljoen ahadith van buiten geleerd die ik van hem repeteerde bij
gelegenheid op onderwerpen’.”
Hazrat
Hanbal
zei:
“Ik hoorde Abu `Abdallah zeggen ‘ik leerde alles van buiten wat ik ook van Hushaym
te horen kreeg gedurende zijn leven’.”
Hazrat
Ibrahim al-Harbi
zei:
“Ik zag Ahmad als een van degenen aan wie Allah kennis van het begin en het
eind had geschonken.”
Hazrat
Harmala
zei:
“Ik hoorde al-Shafi`i zeggen ‘ik verliet Bagdad en liet niets achter mij die
deugdzamer (afzal), geleerder (a`lam), beter geďnformeerd (afqah)
was dan Ahmad ibn Hanbal
’.”
Hazrat
`Ali ibn al-Madini
zei:
“Waarlijk, Allah versterkte deze religie met Abu Bakr al-Siddiq
op
de dag van Groot Geloofsverzaking (al-Ridda) en Hij versterkte het met Ahmad
ibn Hanbal
op
de dag van de ondervraging (al-Mihna).”
Een
van de misverstanden van de Slavisten (Salafis:
aftakking van Wahabie) is, dat zij Imam Ahmad’s denkschool vandaag de dag
onjuist presenteren in zijn positie betreffende kalâm (dialectisch theologie).
Het is alom bekend dat hij onbuigzaam was voor kalâm als een methode, zelfs
indien gebruikt als een middel om de waarheid te verdedigen, maar de voorkeur
gaf aan een heldere uitleg van de tekstuele bewijzen én uitbundig alle hulp tot
dialectica of verstandige mensen.
Ibn
al-Jawzi
verhaalde
zijn woorden: “Zit niet bij de mensen van kalâm zelfs indien zij de
Sunnah beschermen.“ Deze houding is gebaseerd op zijn verwerping van
al-Muhasibi. Het verklaart ook de ontrouw van de toekomstige Hanbalis tegenover
Imam al-Ash`ari en zijn denkschool, ondanks zijn aansluitende houding als de
Imam van soennie moesliems bij uitstek. Deze redenen van onenigheid zijn nu
achterhaald.
Er
zijn verschillende algemene redenen waarom de Hanbali-mutakallim kloof
beschouwd moet worden als kunstmatig en verouderd. Ten eerste, kalâm
in zijn originele vorm was een vernieuwing in Islam (bid`a) waartegen
veel oppositie bestond onder de Ahl al-Sunnah. De eerste die kalâm
gebruikten waren echte vernieuwers die zich verzetten tegenover de Soennie en
in de taal van de schriftgeleerden van vroeger was kalâm een synoniem
van de leerstellingen van Qadariyya, Murji’a, Jahmiyya, Jabriyya,
Rawâfid, en Mu`tazila en hun uiteenlopende (sub)sekten. Dit is
weergegeven met v oorbeelden van Inb Qutayba van kalâm en mutakalliműn
in zijn boek Mukhtalif al-Hadith waarvan geen enkele behoort tot de Ahl
al-Sunnah.
Ten
tweede, er is verschil in
opinie onder de Slavisten op de mogelijkheid om de kalâm te hanteren als
verdediging van de Ahl al-Sunnah, desondanks Imam Ahmad’s positie zoals
bovenstaand geschreven. Een reden waarom zij het verboden is wara`,
vanwege extreem nauwgezetheid tegen leren en praktiser en, een discipline
geďnitieerd door de vijanden van de Ahl al-Sunnah. Dus bekijken zij kalâm
als berispelijk, maar niet verboden, aldus hun verklaring. Bijvoorbeeld, Ibn
Abi Hatim verhaalde dat al- Shafi`i zei: “Als ik boeken wilde publiceren om
elke tegenstander (van de Ahl al-Sunnah) te weerleggen kon ik dat heel
gemakkelijk doen, maar kalâm is niet voor mij en ik verafschuw alles wat
daarmee verbonden is.” Dit laat zien, dat al-Shafi`i de deur open liet staan
voor anderen die dit terrein wil verkennen, want hij onthield zich strikt van
af.
Ten
derde, kalâm is een moeilijke,
delicate wetenschap die om een denkvermogen vraagt boven het gemiddelde. De
Imams hebben het verboden als een sadd al-dharî`a (overbodige
overdenking).
Concluderend,
het gebruik en toepassen van kalâm
is in geval van nood wajib (vrijwel verplicht) en in andere situaties sunnah.