
Het Arabische alfabet
Hadji Mohamed Juzoef Tangali
al-Qaderi
Met onderstaande teksten wordt getracht
achter iedere Arabische letter een thema uit islamitische wetenschap te wijden.
Voor de thema is gebruik gemaakt van de openbaringen in de Heilige Qur’aan en
de overleveringen van de Heilige Profeet sallallaho alaihi wa sallam.
/
= Allah
Monotheïsme
staat centraal in de islam, geloof in Allah, Eénheid van de Almachtige. Geloof
in meervoudigheid van Allah (polytheïsme) of in toevoeging in welke vorm dan
ook aan Allah is nadrukkelijk verboden (ongeloof). Allah Ta’ala creëerde natuur
door een fundamentele daad van Barmhartigheid, anders zou er daadwerkelijk een
leegte zijn. Allah Ta’ala voorzag ieder element van Zijn Schepping met Zijn
Wil, zodat het een karakteristieke vorm kreeg. Het resultaat is een goed
geordende, harmonieus geheel, een kosmos waarin alles zijn eigen plaats en
beperkingen heeft. Geen tekort, ontwrichting of breuk wordt gevonden in de
natuur. Allah Ta’ala treedt op als Gezaghebber van het universum welke naar
Zijn Wil functioneert. Het is een eerste teken en bewijs van Allah Ta’ala en Zijn
Eénheid. In het verleden passeerden onder Allah Ta’ala Zijn Leiding de Profeten
(waaronder Noah, Mozes, Abraham, Jezus alaihimus
salaam). Van enkele staan de namen in de Heilige Qur’aan geschreven. Enkele
van Hazrat Mohammed’s
wonderen staan ook in de Heilige Qur’aan.
Overeenstemming de islam heeft Allah Ta’ala vier fundamentele functies, te
weten de schepping, leiding, voedsel en jurisprudentie.
Alle scheppingen zijn nuttig gemaakt aan de mensheid welke de mensen kunnen
exploiteren en hun voordeel mee doen. Toppunt van mensdom is Allah Ta’ala
aanbidden (alléén Hem aanbidden) en een ethisch sociaal leven te ontwikkeling,
vrij van corruptie.
Over
Allah moet een moesliem de volgende gedachte houden:
1. De Eenheid van Allah (Hij heeft geen deelgenoot,
is geen vader van iemand, Hij is absoluut alleen).
2. Alle lof zij aan Allah, Hij is de
Almachtige.
3. Hij is niet afhankelijk van iemand, maar de
wijde wereld is van Zijn Wil afhankelijk.
4. Hij is altijd alleen geweest en de eerste
die er bestond en Hij zal als enige overblijven wanneer er niets meer bestaat.
5. Hij beslist over het leven van een ander,
Hij laat leven en dood gaan naar Zijn Wil.
6. Hij is de Machthebber over alles wat er
bestaat.
7. Hij is Alhorende en Alwetende.
8. Hij is Alziende, niets is voor Hem te
verbergen.
9. Hij doet alles tot leven en bloei komen.
10. Hij is degene die ons werk verschaft en ons
in het levensonderhoud voorziet, etc.
² = Bismillah-hier Rahmaanier Rahiem
“Bismillah” is de Fathaa
(sleutel) tot de Heilige Qur’aan en tot alle toegestane handelingen. Iedere
goede daad dat wordt begonnen met de opzegging van Bismillah sharief en is
waardig voor grote beloning. Indien een goede daad niet wordt begonnen
Bismillah, dan is die handeling onvolledig. Het is verboden het te reciteren voor
een slechte daad. Als iemand eet of drinkt zonder de Bismillah te reciteren zal
de Shaytaan (duivel) zich mengen
tussen uw voedsel. Voor het slachten van een dier moeten de volgende woorden
worden opgezegd: “Bismillah Allahu
Akbar.”
Het is een volledige Ayah (vers) van de Heilige Qur’aan. Bismillah komt 114 keer voor in de
Heilige Qur’aan, maar maakt geen deel uit van de Surah (hoofdstuk). Met uitzondering van Surah al-Tauba (hoofdstuk
9, berouw) begint iedere Surah met de Bismillah. In Surah an-Naml (hoofdstuk
27, de mier) komt Bismillah twee keer voor, aan het begin en in vers 30.
Wanneer Tarawieh salaah wordt verricht is het noodzakelijk voor de Hafiz om
Bismillah op z’n minst één keer hardop te zeggen.
De Ulema (islamitische
schriftgeleerde) hebben verklaard dat er 3.000 namen van Allah bekend zijn.
Duizend zijn bekend bij de Engelen, 1.000 bij de Ambiya (Profeten), 300 namen
staan in de Taurah, 300 in de Injiel, 300 in Zaboer en 99 in de Heilige
Qur’aan. In totaal zijn het 2.999 namen. Eén naam is uitsluitend bekend aan
Allah welke Hij aan Rasoelullah
heeft verteld. In de Bismillah vormen de namen “Allah”,
“Rahmaan” en “Rahiem” de basis voor alle 3.000 namen. Degene die de Bismillah
reciteert ontvangt de zegen van de 3.000 namen.
In “Tafsier-e-Kabier”
staat dat de Bismillah uit 19 Arabische letters bestaat en in de Jahannam (hel) in totaal 19 Engelen zijn
die de zondaren straffen. De hoop is dat door de recitatie van de Bismillah
iedere Harf (letter) Engel der Azaab
(straf) zal doen passeren.
Toen de Profeet
met Miraaj (hemelreis) ging zag hij vier rivieren in de Jannat. In een
rivier stroomde water, in de tweede melk, in de derde wijn (drank van Jannat)
en in de vierde honing. Hij vroeg Hazrat Jibra'il alaihis salaam over deze rivieren waarop de Aartsengel antwoordde:
“Bid en verzoek Allah, zodat Hij u informeert.” Op de Du'a (smeekbede) van
Rasoelullah
verscheen een Engel,
begroette de Profeet en zei: “Ya
Rasoelullah
! Sluit uw ogen.” Toen de Profeet zijn ogen weer opende zag hij een gebouw voor
zich. De deur van dit gebouw was gemaakt van goud en was op slot. Onder het
gebouw vandaan stroomde de vier rivieren. Op het moment dat de Profeet
besloot verder te gaan
vroeg de Engel hem het gebouw binnen te gaan. De Profeet
zei dat de deur op slot was
en hij dus niet naar binnen kon gaan. De Engel zei dat hij de sleutels bij zich
had en opende het gebouw. Toen zij binnen waren getreden zag de Profeet dat in
het gebouw vier pilaren waren en op iedere pilaar stond geschreven “Bismillah
Hir Rahmaan Nir Raheem”. Hij zag dat van één van de pilaren een rivier van
water stroomde van de letter “Miem” van Bismillah, een rivier van melk
stroomde van de tweede pilaar uit de letter “Haa” van Allah, de rivier van wijn
stroomde van de derde pilaar uit de letter “Meem” van Rahmaan en een rivier met honing
stroomde van de laatste pilaar uit de letter “Meem” van Raheem. Op dat moment zei
Almachtige Allah: “O Geliefde! Iedere
gelovige uit uw Ummah (volgelingen) die de Bismillah reciteert zal het
waard zijn om uit deze vier rivieren te drinken.”
µ = Taqwa
Taqwa betekend eerlijkheid of zoals het ook
wel wordt genoemd ‘angst voor Allah’. Als iemand taqwa heeft, dan wil dat
zeggen dat hij altijd voorzichtig is met het zeggen van iets en het verrichten
van een handeling. Mensen van taqwa zijn degenen die weten dat Allah alles ziet
en weet, of het goed of slecht is, dus zijn zij altijd voorzichtig en blijven
te allen tijde op het rechte Pad. Zij geloven in het onzichtbare, verrichten op
tijd hun salaah (gebed) en geven aalmoezen. Zij weten dat na de dood een ander
leven bestaat en bereiden zich daarom voor op het eeuwige leven.
·
= Sawaab
Sawaab betekend zegen en is een beloning
voor goede daden. Als je ouders je iets vraagt te doen en je hebt het zonder
commentaar gedaan, dan belonen zij je wel eens. Allah Almachtige beloont ook,
over zijn beloning kunnen wij ons geen voorstelling maken. De beste beloning
die wij kunnen krijgen is het Paradijs. Een ware gelovige zal zijn tijd niet
verspillen aan het bewaken van zijn wereldlijke rijkdom en kinderen, maar
merendeels in gebed verzonken zijn en hun naasten aansporen ook te bidden.
Kortom, om een perfecte beloning van Allah te mogen ontvangen zullen wij
volkomen gehoorzaam moeten zijn aan Allah en Zijn Boodschapper sallallaho alaihi wa sallam.
¹ = Jannat
Het Paradijs is een plaats dat Allah voor de
oprechte moesliems heeft geschapen. Het Paradijs bestaat uit 100 afdelingen. De
afstand tussen elke afdeling is even groot als de afstand tussen hemel en
aarde. Iedere afdeling is zo groot, dat zelfs wanneer de hele wereld erin
geplaatst zou worden er nog veel ruimte zou overblijven. Allah heeft in het
Paradijs alle soorten behoeften voor zowel het lichaam als de geest van de mens
geschapen. Deze glorie heeft nog niemand gezien of van gehoord, behalve onze
Profeet
.
Het grootste wonder dat een moesliem ooit zal meemaken is het zien van Allah
Ta’ala, omdat er geen grotere wonder is. Zij die Allah gaan zien zullen altijd
in Zijn Schoonheid verzonken blijven en dat nooit meer vergeten. Onze Heilige
Profeet Mohammed
zegt dat 70.000 volgelingen ongetwijfeld het
Paradijs zullen ingaan. Met elk van deze volgelingen zullen ook weer 70.000
volgelingen zijn. Allah zal met elk van deze laatste 70.000 mensen weer drie
groepen laten zijn. De grootte van deze groepen weet niemand behalve Allah
en/of Zijn Boodschapper
.
¹staat
ook voor Jihad, een begrip dat vrij vertaalt heilige oorlog betekend.
Jihad benadrukt de belemmering van de islamitische doelstelling om de wereld te
hervormen, welke gepaard kan gaan met het inzetten van militaire macht. De
voorgeschreven richtlijnen voor Jihad zijn niet bedoeld voor territoriale
uitbreiding of gedwongen bekering van mensen tot de islam, maar voor politieke
machtsovername ten einde de islamitische principes toe te passen, door openbare
instituten en onderdrukking van de islam te voorkomen. Verder ter verdediging
van aanvallen op de islam. Het concept Jihad was en wordt desondanks misbruikt
door sommige (zwakbegaafde) moesliem heersers om oorlogen te rechtvaardigen,
gemotiveerd door puur politieke ambities.
Volgens
de islamitische wet was de wereld verdeeld in drie zones: het huis van de
islam (waar moesliems in overwicht zijn), het huis van vrede (de
kracht waarmee moesliems vredesverdragen hebben afgesloten) en het huis van
de oorlog (de rest van de wereld). Langzamerhand werd Jihad meer
geïnterpreteerd als defensief dan offensief. In de 20ste eeuw
inspireert het concept Jihad moesliems in hun belemmering tegen het westerse
kolonialisme.
» = Hadj
Iedere
Moesliem die economisch sterk is, is verplicht de Hadj (Bedevaart) te verrichten. Ruim 4,5 miljoen moesliems over de
hele wereld zijn in 2004/2005 voor de Hadj naar Mekka in Saudi Arabië geweest.
Nog nooit zijn zoveel moesliems voor Hadj geweest. Dit is de laatste
onvoorwaardelijke verplichting van de moesliem om eens in het leven deze
pelgrimstocht te maken. In Mekka staat de Kaaba, het huis van Allah Ta’ala. De
pelgrim wordt Hadji genoemd. Gedurende de eerste tien dagen van de
Bedevaart mag de Hadji zijn haren en nagels niet knippen en moet hij zich
onthouden van alle vormen van onfatsoenlijkheid. De belangrijkste handelingen
van deze tien dagen zijn zeven keer om de Kaaba lopen, zeven keer snel lopen
tussen twee bergen Safa en Marwa, ongeveer 5 kilometer lopen naar
Mina, daarna de reis 9 kilometer verder voortzetten naar Arafat vlakte en daar aangekomen die middag verblijven en luisteren
naar een preek, daarna teruggaan naar Mekka. Teruggekomen in Mekka moet de
Hadji een offer brengen ter gedachtenis aan de Profeet Abraham alaihi salaam om zijn bijzondere daad
zijn dierbare zoon op te offeren voor Allah Ta’ala.Daarna nogmaals de Kaaba
bezoeken. Na deze tien dagen is de kern van de Bedevaart afgerond en gaat de
Hadji naar Medina waar hij of zij de Tombe van de Heilige Profeet Mohammed
bezoekt.
½ = Gatam
Gatam betekend verzegelen. De profeet
Mohammed
is de laatste profeet die op aarde is geweest.
Na hem komen geen profeten meer. Degene die zich na de profeet Mohammed
uitroept als profeet is een ongelovige. Er
zijn velen geweest die zich na de Profeet Mohammed
als profeet hebben uitgeroepen, maar allen
zijn vergaan.
¾ = Dien
Met Dien wordt godsdienst bedoeld. Allah
heeft ons via Zijn Boodschapper sallallaho
alaihi wa sallam geleerd wat de beste levenswijze is in deze wereld. Enkele
overleveringen van de Heilige Profeet aan de volgelingen zijn:
1. Eet, drink, neem en geef met de rechterhand,
omdat de Satan met de linkerhand deze handelingen verricht.
2. Eet met drie vingers, zij die met vijf
vingers eten krijgen minder zegen.
3. Eet pas wanneer het eten koud is geworden,
omdat warm eten waaruit nog rook komt geen zegen heeft.
4. Vóór het eten van iets en na het eten altijd
de handen wassen.
5. Drink het water zuigend en niet met grote slokken,
want het zal je tegen ziekten beschermen.
6. Goud en satijn zijn bestemd (halaal) voor de
vrouwen van mijn volgelingen en verboden (haraam) voor de mannen.
7. Onheil aan de mannen die vrouwenkleding dragen
en onheil aan de vrouwen die mannen kleding dragen.
8. Groet een ieder die je tegenkomt, of je hem
kent of niet.
9. Wanneer moesliems elkaar ontmoeten, elkaar
groeten en omhelzen en elkaar Allah's zegen toewensen, vergeeft Allah Ta’ala
hun zonden.
10. Gappen komt van de Satan, wanneer je gaapt, moet
je proberen zo snel mogelijk vanaf te komen, want de Satan lacht op dat
moment.
11. Als je niest, moet je Alhamdoliellah zeggen, degene die dat hoort moet op zijn beurt
zeggen: "Ya arhamokalliella".
Degene die geniest had antwoord terug met "Yahdiekumol-lalho wa yosalliho baalakum" (betekend: moge Allah
je in je streven succesvol laten zijn).
12. Lieg nooit, want dat zal je schande brengen
én voor klikken zal je in je graf gestraft worden.
13. Iets goeds zeggen is beter dan zwijgen en
zwijgen is beter dan iets slecht zeggen.
14. Zij die niet gehoorzaam zijn aan hun ouders
zullen niet in het Paradijs terechtkomen.
15. Wanneer je iets slecht gedaan hebt moet je
gelijk iets goeds doen om je zonden daarmee te vereffenen.
16. Degene van wie het gedrag het beste is, zal
ook wel de beste Imaan hebben.
¿
= Zikr
Met Zikr wordt bedoeld ‘herinneren van
Allah’. De allerbeste Zikr is gedenken van Allah alsof u hem ziet, maar niet
iedereen kan Allah in werkelijkheid zien. Dat zijn de verheven gelovigen zoals
Sahaaba en Awliyah. Wel weten wij en geloven wij dat Allah ons altijd ziet. De
Heilige Profeet heeft ons geleerd hoe Zikr te doen. Op donderdagavond na Magrib
salaah wordt in de moskee Zikr georganiseerd. Onder leiding van de Imaam wordt
Allah in diepe gedachte aanbeden. De meest bekende Zikr zijn: Laa ielaaha
iellallah, Iellallaah en Allahoe. Ook wordt Zikr gedaan op de 99 namen van
Allah en de 99 namen van de Profeet sallallaho
alaihi wa sallam.
De volgende namen worden 100 x gelezen na:
Fadjr salaah : Ya Azizo Ya Allaho
Zuhr salaah : Ya Kariemo Ya Allaho
Asr salaah : Ya Djabbaaro Ya Allaho
Magrib salaah : Ya Sattaaro Ya Allaho
Isha salaah : Ya Gaffaaro Ya Allaho.
Ook andere namen kunnen gelezen worden.
À = Ramadaan
Elke
moesliem is verplicht zich te onderwerpen aan de Wil van Allah Ta’ala. Vanaf de
leeftijd van 12 jaar is het verplicht aan de vijf Geboden of zuilen te houden.
De negende maand van de islamitische kalender heet Ramadaan. In vergelijking met de christelijke kalender is de
islamitische jaar gemiddeld 11 dagen korter. Dit is de reden waarom ieder jaar
de Ramadaan in een andere periode van de christelijke kalender valt. Het vasten
begint met de zonsopgang en eindigt met de zonsondergang. Gedurende deze tijd
mag niet gegeten en gedronken worden. Daarnaast is het voor beide partners
(gehuwden) verboden seksuele kontakten te hebben. Het vasten vergt dus een
grote discipline van de moesliem. Kortom, genotsmiddelen zijn niet toegestaan.
De Ramadaan duurt 29 of 30 dagen, afhankelijk van de nieuwe maan. In de maand
Ramadaan is een belangrijke avond het is de avond van vergiffenis en is bekend
als Lailat-ul-Qadr. In de heilige nacht Lailat-ul-Qadr is het Heilige
Geschrift, de Heilige Qur’aan, geopenbaard aan de Heilige Profeet Mohammed
.
Lailat-ul-Qadr, een bijzonder verheven nacht, is de nacht waarop alle deuren
der zegen opengaan en Allah Ta’ala de moesliems oproept om vergiffenis te
vragen.
Regels
bij het vaststellen van het begin en eind van de maand Ramadaan.
Deze
uitleg is een Ahle Soennat interpretatie die gebaseerd is op de Heilige Qur’aan
en Hadith (de Sharia, overleveringen van de Profeet) volgens Imam-e-Azam Abu
Hanifa radi Allaho anho. Tegenwoordig is deze Hadith nader uitgelegd door
Imaam-e-Ahle Soennat Ash Shah Ahmad Raza Khan radi Allaho anho. De
hervormer van de 14e eeuw Hijrah. Van de 12 maanden is vaak het begin
en einde van de maand Ramadaan een onderwerp van discussie. A’la Hazrat zegt:
“Voor ieder openbaring is er altijd slechts één interpretatie (uitleg,
onderwerping) geldig. De islam past zich niet aan een tijdperk, omgeving of
omstandigheid. “Allah Ta’ala is Alwetend!” Door te stellen, dat
de omstandigheden in het jaar 622 anders zou zijn is onzin. Daarom mag men geen
eigen interpretaties gegeven worden omwille van eigen persoonlijke belangen,
behoeften en/of denkwijze. De moesliem mag niet vervallen in de huidige
technologie en wetenschap, het materialisme, de verdorvenheid, de intolerantie
en/of in sterke mate de anti-islamitische activiteiten door munafieks
(huichelaars) en non-moesliemse machten.”
Droevig
genoeg laten tegenwoordig moesliems zich manipuleren door moderne
technologische interpretaties en wetenschappen, gedreven door materialistische
lusten en verworvenheden.
Á = Zakaat
Islam
betekent naast broederschap ook sociale rechtvaardigheid. De islam leert ons dat
wereldlijke rijkdom tijdelijk in ons bezit blijft. In het hiernamaals heb je er
niets aan. Het blijft namelijk op aarde achter. Door met je rijkdom armen en
behoeftige tegemoet te komen voldoe je aan een goede daad. Het is een grote
zonde om het geld op te potten, terwijl je goede daad mee kunt verrichten.
à = Salaam
Salaam is één van de mooie namen van Allah
Ta’ala. Het betekent: “Eigenaar, Verschaffer, Hij (Allah) is Perfect of Vrede.”
Vrede is waar de meeste mensen over dromen op aarde. Het woord ‘Salaam’komt ook
voor in de islamitische groet. Wanneer moesliems elkaar ontmoeten, elkaar
groeten en omhelzen en elkaar Allah's zegen toewensen, vergeeft Allah Ta’ala
hun zonden. De Heilige Profeet sallallaho
alaihi wa sallam zegt dat u niet
naar het Paradijs gaat als u een ongelovige bent en u zult niet volkomen
geloven indien u elkaar niet lief hebt. Het woord ‘Islam’komt ook van dezelfde
stamwoord (onderwerping) als het woord Salaam.
Å = Shams 
Shams betekent de zon. Shams is één van de
scheppingen van Allah Subhanahu wa Ta’ala
en is één van Zijn tekenen. Allah heeft de zon geschapen om de andere
scheppingen te voorzien van licht en warmte. Het verteld ons de tijd zonder dat
enige mechanisme van pas komt. Hierover openbaart Allah in Surah Rahmaan
(hoofdstuk 55, vers 5) en andere Surahs.
Ç = Salaah
Een
moesliem bidt vijf maal per etmaal. Dit
gebed heeft Allah, staat in de Heilige Qur’aan, verplicht gesteld. De Profeet
heeft dit uitgelegd in de Ahadith (boek der handelingen van de Profeet).
Deze
gebeden heten Fadjr (voor de dageraad), Zuhr (begint ongeveer een
uur nadat de zon de middenstand heeft bereikt), Asr (begint ca. twee uur
voor zonsondergang in het laagseizoen en 2,5 uur vóór zonsondergang in het
hoogseizoen), Maghrib (begint met het aanbreken van de zonsondergang)
en Isha (dit late gebed begint ruim twee uur na zonsondergang). Zodra de kinderen zeven jaar oud worden
moeten ze alvast namaaz leren verrichten (wennen) en zodra zij tien jaar oud zijn moeten ze
verplicht de namaaz verrichten. Omstreeks middernacht begint het Tahadjud gebed. Deze is echter niet
verplicht gesteld, maar wordt door veel moesliems voor spirituele vooruitgang
verricht. De moesliem richt zich tijdens het gebed naar de richting van de Kaaba in Mekka, het centrum
van devotie.
De Heilige Profeet Mohammed
zegt,
dat wanneer een moesliem namaaz verricht zijn zonden door Allah worden
vergeven. Wanneer de moesliem de namaaz verricht opent Allah de deuren van het
Paradijs voor hem. De namaaz is de sleutel tot het Paradijs. In de
Heilige Qur’aan staat geschreven, dat de namaaz de moesliem beschermt tegen de
Shaytaan en slechte daden. Allah en de Profeet hebben degene die namaaz
verricht lief. De moesliem heeft er profijt van wanneer hij of zij de
verplichting nakomt, Allah zegent hun werk, handel, leeftijd en geloof. De
Profeet
heeft gezegd, degene die opzettelijk de namaaz
niet verricht, zijn naam komt op de deuren van de Hel te staan. Degene die niet
de gewoonte heeft de namaaz tijdig te verrichten zullen op de Dag des Oordeels
met de farao's zijn.
É = Duhaa
Duhaa betekent de voormiddag. Hieraan is een
Surah (hoofdstuk 93) in de Heilige Qur’aan gewijd. Dit is de tijd nadat de zon
is opgekomen en voordat het op de hoogste stand komt, wanneer de temperatuur
stijgt en het heet of heel erg warm wordt. Sommige schriftgeleerden zeggen dat
Surah Duhaa de derde openbaring van Allah was aan de Profeet Mohammed sallallaho alaihi wa sallam. Deze Surah
werd neergezonden als een glorieuze zonneschijn na een koude en donkere nacht.
Ê = Tareeq
Tareeq is het Arabische woord voor tariqat (pad,
weg). Als iemand ergens naar toe wil gaan als hij de beste en kortste weg
uitzoeken. Zo is het ook in het soefisme (mystiek). Degenen die volkomen in
taqwa leven proberen een soefi grootmeester (Awliyah) te zoeken die hen via de
tareeq naar Allah kan leiden.
Ë = Ziellie
Ziel is het Arabische woord voor schaduw.
Onze Profeet sallallaho alaihi wa sallam had
geen schaduw, omdat Allah geen zonlicht op de Profeet liet schijnen. Daarvoor
had Allah een wolk geschapen die tussen de zon en de Profeet bewoog. Schaduw
ontstaat wanneer licht op ons aan de ene kant schijnt en ons lichaam aan de
andere kant een donkere schaduw weergeeft. De valse Profeet Mirza Ghulaam
Qadianie (een ongelovige geboren in Qadian, India) zei dat hij de schaduw van
onze Profeet sallallaho alaihi wa sallam is.
Wat een onzin!
Í = ‘ilm
Het
islamitisch universitaire systeem heeft een bijzondere bijdrage geleverd aan de
culturele ontwikkelingen van de islam. De universiteiten waren gesticht als
instituten voor religieuze studie, waar Ullema-e-Ahle Sunnat
(schriftgeleerden), Qazies (rechters), Mufties (uitlegger van de wetteksten) en
andere hooggeplaatste functionarissen werden opgeleid. Deze functionarissen
vormden een belangrijke politieke groep, vooral in Turkije en India, waar zij
veel invloed hadden op de staatspolitiek. In veel moesliem landen van de 20ste
eeuw hebben de Ullema hun vroegere invloedrijke status verloren, voornamelijk
te midden van de westers geschoolde moesliems die geen sterke verlangen hebben
naar de strikte religieuze gedragslijn.
In de
9de eeuw stichtte de kalief Al-Mamun een academie in Bagdad
op voor de studie van moderne (wereldlijke) vakken en voor de vertaling van
Griekse filosofische en wetenschappelijke teksten. In de 10de eeuw
stichtte de Fatimid kaliefen de Al-Azhar universiteit in Cairo op voor
onder andere moderne studies. Al-Azhar is nog steeds het belangrijkste centrum
voor islamitische studies. Vorsten en welgestelde mensen steunen financieel nog
steeds individueel geletterden van deze universiteit. Middeleeuwse islamitische
geleerden leverden belangrijke bijdragen aan de onderwerpen filosofie,
medicijnen, astronomie, wiskunde en de natuur-wetenschappen.
Tussen
de 9de en 13de eeuw waren de islamitische universiteiten de
meest productieve ontwikkelaars in de wereld. Te midden van de andere
islamitische universiteiten werd in 1067 de Nizaamiya gesticht in Bagdad door
de Iranese staatsman Nizam al-Mulk. Hier werd wetgeving, theologie en islamitische
traditie onderwezen. Eén van de beroemde medewerkers van deze universiteit was Al-Ghazali.
De Mustansiriya werd in 1234 in Bagdad gesticht. Hier werd onderricht gegeven
in de islamitische wetgeving en andere vakken.
Islamitische
wetgeving is gebaseerd op vier bronnen. De eerste twee zijn de feitelijke
bronnen, te weten de Heilige Qur’aan en de Ahadith. De derde bron wordt Ietihaad (individueel verantwoordelijke
opinie) genoemd. Dit wordt toegepast wanneer een probleem niet wordt gedekt
door passages in de Heilige Qur’aan of Ahadith. Een Mufti (islamitische jurist)
kan dan een uitspraak doen over het probleem door gebruik te maken van Qiyas
(parallelle redenering). Zulke beredenering werden voor het eerst ontwikkeld
toen islamitische theologen en juristen, in overmeesterde landen, werden
geconfronteerd met de noodzaak lokale gewoontes en wetten te integreren op
basis van de Heilige Qur’aan en Ahadith. Later hebben islamitische autoriteiten
deze originele redeneringen als gevaar gezien voor de interpretatie van de
Heilige Qur’aan en Ahadith, en hebben zij de toepassing ervan gelimiteerd tot
uitzonderingen.
Omwille
van de wijsgerige veranderingen in de moesliemwereld gedurende de laatste
decennia, is een hernieuwde nadruk gelegd op de innovatieve bedenkers van Iejtihad. Deze vierde bron is de
consensus van de moesliemgemeenschap welke geleidelijk aan is bereikt door het
terzijde leggen van sommige opinies en de acceptatie door anderen. Daar de
islam geen officiële dogmatische autoriteit heeft is dit een informeel
rechtsproces dat vaak lange behandeltijd nodig heeft.
Ñ = Ghaus
Ghaus betekent de hoogste gradatie in
mystiek. De meest prominentste mysticus is Hazrat Sheikh Mohammed Abdul Qadir
Jilani radi Allahu anho, ook wel als
Ghaus-ul-Azam bekent. Hij is de leider van alle Awliyah. Ghaus-ul-Azam betekent
Ghaus voor eeuwig. Na hem is nog een bekende Ghaus, namelijk Hazrat Mohammed
Mustafa Raza Khan radi Allahu anho. Deze
heilige is geboren in Bereilli, India. Zijn titel is Ghaus-ul-Waqt, wat betekent
Ghaus van zijn eigen tijd. Door op het Rechte Pad via tareeq te lopen kan men
de gradatie Ghaus-ul-Waqt bereiken.
Ö = Fatiha
In
hoofdstuk Al-Fatiha (sleutel, openen) vers 4 van de Heilige Qur’aan
staat: “Allah Ta’ala is Heer en Meester van de Dag des Oordeels.” De
theologische activiteiten van de schepping, voedsel en leiding komen aan hun
eind met de komst van de Dag des Oordeels. Op deze dag gaan alle mensen
bijeenkomen en Allah Ta’ala zal over ieder mens oordelen. Degene met goede
daden gaan naar het Paradijs en zij met slechte daden naar de hel. Allah Ta’ala
zal ook die moesliems vergeven, die oprecht vergiffenis vragen en verdienen.
Deze
Surah wordt altijd gelezen in de namaaz. Het is een bijzondere Surah.
Ø = Qur’aan
Moesliems
respecteren de Heilige Qur’aan als het Woord van Allah Ta’ala aan Mohammed
overgebracht door de Aartsengel Gabriël, de
engel van de openbaring. Allah Ta’ala is zelf de auteur van de Heilige Qur’aan
en daarom onfeilbaar en beschermheer ervan. Het Geschrift genaamd de Heilige
Qur’aan is de collectie van de passages onthuld aan Mohammed
gedurende 23 jaar (611-634 n. Chr.). Het is
onderverdeeld in 114 hoofdstukken van ongelijke lengte. Het kortste hoofdstuk
omvat 3 (korte) verzen en de langste 306 (lange) verzen. De verzen zijn
neergezonden in zowel Mekka als Medina. Zowel de islamitische als de
niet-islamitische geleerden, zijn het eens met de essentiële onkreukbaarheid
van de Heilige Qur’aan tekst. Het is de beschermer van de leer van de vorige
Heilige Geschriften. Het Geschrift bevat de kernleer van de vorige Goddelijke
Boeken gezonden aan de Profeten Daoed (David), Mouza (Mozes) en Isha (Jezus) alaihis salaam.
De
Heilige Profeet
reciteerde de verzen van de Heilige Qur’aan
aan zijn volgelingen die het vervolgens opschreven. Anderen leerden het meteen
van buiten. De Heilige Qur’aan zoals wij dat in boekvorm kennen is samengesteld
door de Sahaabas (metgezellen van de Profeet) radi Allaho anhum na het jaar 634 n. Chr. Een goed gekeurde versie
is begin jaren 650 geproduceerd door een groep geleerden onder leiding van
Hazrat Usman ibn Affan radi Allaho anho.
Hij heeft destijds alle andere versies laten vernietigen. In de Heilige Qur’aan
zijn passages opgenomen over onder andere de islamitische godsdienst, sociale-,
burgerlijke-, commerciële-, militaire- en overige toegestane activiteiten. De
Heilige Qur’aan wordt door moesliems nooit lager dan navelhoogte vastgehouden.
Ook wordt het nooit aangeraakt zonder de benodigde reinheid en woezoe (rituele
bewassing van de ledematen).
Voornamelijk
in Arabische, maar ook wel in andere islamitische landen, ziet men vaak dat
Heilige Qur’aan teksten als decoraties, banners, gebouwen en posters.
Toelichting op de Heilige Qur’aan zijn talloos gegeven. De bibliotheek van
Tripoli en Libanon bevatten meer dan 20.000 commentaren. In Turkije is de
Heilige Qur’aan geschreven door de Heilige Soefi Hazrat-e-Mevlana Rumi
Jalaluddin radi Allaho anho in
spirituele vorm en Maznavi genoemd.
Dit meesterwerk is vertaald in onder andere het Turks, Ottomaans Turks, Urdu,
Perzisch en Engels.
Ala
Hazrat Imam-e-Ahle Sunnat Mujaddid-e-Azam Sheikh Shah Ahmad Raza Khan Bareilvi
heeft de Heilige Qur’aan vertaald. Deze vertaling heeft Qanzul Imaan en wordt wereldwijd als de exacte vertaling
geaccepteerd.
Ú = Kalimah
Er
zijn zes kalimah die de moesliem moet kennen, namelijk:
Eerste Kalma Tayyab
Laa ielaaha iellallaahu Mohammeddoer
rasoelloellah (sallallaho alaihi wa sallam)
Er is geen god
dan Allah, Mohammed (Vrede zij met Hem) is de Boodschapper van Allah.
Tweede Kalma Shahaadat (Getuigenis
verklaring)
Ashadoe laa-ielaaha iellallaahu wahdahoelaa
shariekalahoe, wa ash-hadoe anna Mohammeddan abdahoe wa rasoelohoe.
Ik getuig, dat
er geen ander is dan Allah; Allah is alleen en heeft geen deelgenoten en ik
getuig dat Mohammed (Vrede zij met Hem) Zijn bijzondere Schepping en
Boodschapper is.
Derde Kalma Tamdjied (Verklaring
van de Glorie van Allah)
Soebhaanallaahi wal hamdoliellaahi wa laa
ielaaha iellallaaho wallaaho akbar. Wa laa hauwla wa laa qoewwata iella
biellaahiel aliejiel aziem.
Glorie voor
Allah en lof aan Allah, er is geen ander
dan Allah, Allah is Groot, er is geen grotere macht en kracht dan Allah, de
Hoogste en meest Verhevene.
Vierde Kalma Tauhied (Verklaring
van de Eenheid van Allah)
Laa ielaaha iellalaaho wahdahoe laa sharieka
lahoe lahoel moelko wa lahoel hamd. Joh-jie wa jomiet. Wa howa haijoellaa
jomoeto abadan abadaa. Zoel djalaali wal iekraam bi-jadahiel gair. Wa howa a=la
koelli shai-ien qadier.
Niemand is het
waard aanbeden te worden behalve Allah. Hij is alleen, heeft geen deelgenoten;
van Hem is het Koninkrijk van het universum en alle lof is aan Hem. Allah
schenkt leven en Allah ontneemt het leven, in Zijn Wil ligt het Goede en Hij
beschikt met Zijn Macht over alles.
Vijfde Kalma Istaghfaar (Verklaring
van de vergiffenis)
Astaqfiroellaha rabbie mien koelli zambien
aznabtoehoe amadan aw gataa’an sierran aw ‘alaniyatan wa atoebo alaihi
minaz-zam biel-lazie a’llamo wa minaz-zam biel-lazie laa ‘aalamo iennaka anta
a’llamoel ghayoebi wa sattaroel oejoebi wa ghaffar-oezzonoebi Wa laa hauwla wa
laa qoewwata iellaa biellahi alie-jiel ziem.