De glorieuze

Sheikh Akhtar Raza Khan

 

Al Haaj Mohamed Juzoef Tangali Qadri

 

 

INHOUD

 

1.            Inleiding

2.            Glorieuze familie en geboorte

3.            Bijtijds onderwijs

4.            Onderwijs aan de Al Azhar Universiteit

5.            Zijne Eminentie gaat naar huis

6.            Gezegend met Khalifah

7.            Huwelijk

8.            Onderscheidende docenten

9.            Als een docent

10.                 Het uitvaardigen van Fatawa

11.                 Verkregen titels

12.                 Pelgrimstocht naar Mekka

13.                 Arrestatie door Saoedi overheid

14.                 Saoedi overheid reikt een speciaal visum uit

15.                 Murieds

16.                 Beroemde Khulafa (opvolgers)

17.                 Enkele studenten

18.                 Islamitische instituten onder zijn supervisie

19.                 Literaire bijdragen

20.                 Dichtkunst (Naath sharief)

21.                 Uitnodiging voor bekering tot de islam

22.                 Zijn persoonlijkheid gebaseerd op Shari’ah en Taqwa

 

 

 

1.     Inleiding

Dit document is een bescheiden introductie van mijn huidige Murshid Sheikh Akhtar Raza Khan Azhari. De Sheikh is wereldwijd beroemd en een zeer geprezen schriftgeleerde. Zijn murieds (leerlingen) zijn overal in de wereld verspreid.

2. Glorieuze familie en geboorte

Taajush Shari’ah Hazrat Allama Mufti Mohammed Akhtar Raza Khan Azhari al-Qadri [zoon van Mufassir-e-Azam Hazrat Maulana Ibrahiem  (radi Allahu anhu), kleinzoon van Hujjatul Islam Hazrat Maulana Haamied Raza Khan , overkleinzoon van Imam-e-Ahle Sunnah Mujaddid-e-Dien-o-Millat Ash Shah Imam Ahmad Raza Khan ] was geboren op 25 safar 1942 in district Saudagran van de stad Bareilly Sharief in India. De naam die hij tijdens zijn Aqieqah kreeg was: ‘Mohammed’. Hij kreeg evenzo de naam ‘Ismail Raza’. Doch, hij is beroemd met zijn naam Akhtar Raza.

 

Toen hij een prille leeftijd van 4 jaar, 4 maanden en 4 vier dagen bereikte organiseerde zijn gerespecteerde vader Hazrat Maulana Ibrahiem Raza , een vooraanstaande schriftgeleerde van zijn tijd, zijn Bismillah Khwaani (aanvang van islamitische studie). Zijn excellente grootvader, van moederzijde, Ghous-ul-Waqt Mufti-e-Azam-e-Hind Hazrat Maulana Shah Mustafa Raza Khan Noori , verrichtte de traditionele Bismillah Khwaani. Alle studenten van de beroemde Darul Uloom Manzare Islam, die gebouwd was door Sayyiduna A’la Hazrat, waren hierbij uitgenodigd voor het veelbelovende feest.

 

 

3.     Bijtijds onderwijs

Zijn moeder, een gezegende en vrome dochter van Huzoor Mufti-e-Azam-e-Hind ,  sprak veel belovende woorden voor zijn studie daar zij overtuigd was dat Sheikh Akhtar Raza Khan de khalifa (spirituele opvolger) van Mufti-e-Azam-e-Hind zou worden. Pier-o-Murshid Hazrat Allama Akhtar Raza Khan Qibla kreeg zijn islamitische basisonderwijs thuis. Hij heeft zijn studie ‘recitatie van de Heilige Qur’aan’ thuis afgerond onder leiding van zijn gerespecteerde moeder. Daarna studeerde hij verder onder leiding van zijn meest gerespecteerde vader. Nadat hij zijn thuisstudie had afgerond ging hij naar de Darul Uloom Manzare Islam in Bareilly Sharief. Hier bestudeerde hij onder welbefaamde docenten veel boeken beginnende met de elementaire boeken zoals ‘Mizaan, Munsha’ib, Nohmier’ en vervolgde de studie met diepgaande studieboeken zoals ‘Hidaya Akhirain’.

 

 

4. Onderwijs aan de Al Azhar Universiteit

In 1963, op 21 jarige leeftijd, ging hij naar Caïro in Egypte om aan de beroemde Al Azhar  Universiteit te studeren. Hij studeerde gedurende 3 jaar  Tafsier van de Heilige Qur’aan en Ahadith aan deze universiteit. Er wordt gezegd dat hij zelfs op zeer jeugdige leeftijd zeer intelligent was, een persoon met grote wijsheid en een bijzonder goed geheugen had. Tijdens zijn studie aan de Al Azhar waren zowel docenten als studenten verrast met zijn excellente kennis van en vaardigheid met de Arabische taal.

De examens aan de Al Azhar Universiteit worden vaak schriftelijk en de algemene kennis vakken worden mondeling afgenomen. Er is gezegd dat wanneer aan de studenten algemene kennis vragen door de examinatoren werden gesteld geen van hen de vragen konden beantwoorden. De examinatoren stelden vervolgens dezelfde vragen aan Taajush Shari’ah Hazrat Allama Mufti Mohammed Akhtar Raza Khan Azhari al Qadri. Hij beantwoordde de vragen op een intelligente wijze dat het vaak de examinatoren verraste. Toen de examinatoren hem de vraag stelden hoe hij de ingewikkelde vragen op het gebied van I’lm-e-Kalam (kennis van Imaan) zo goed beargumenteerd kon beantwoorden zei hij, ‘ik heb dit onderwerp al bestudeerd toen ik nog student van Darul Uloom Manzare Islam was’.

Hij slaagde als de beste voor de examens. Zijn studie aan de Al Azhar werden vervolgd en hij verwierf meer kennis en kunde in academisch veld. Hij kreeg de onderscheiding ‘beste buitenlandse student van de Al Azhar Universiteit’. Tot de dag van vandaag herinneren zijn medestudenten hem hieraan.

Deze onderscheiding was verschenen in een bekende maandelijkse tijdschrift met de volgende woorden: “De kleinzoon Huzoor Hujjatul Islam Maulana Haamied Raza Khan en de zoon van Jilani Mia Hazrat Ibrahiem Raza Khan slaagde met een Bachelor of Arts diploma in Arabisch  op een waardig en excellente wijze. Zijn Eminentie werd niet alleen de beste met de beperkingen van Al Azhar Universiteit, maar ook de beste van heel Caïro. Moge Allah hem meer succes geven, hem waardig voor  reproductie maken en moge hij bekend worden als de ware opvolger van A’la Hazrat.” Amien.

Tijdens de uitreiking van zijn behaalde diploma van de Al Azhar Universiteit werd hij eveneens beloond met de ‘Jamia Azhar Award’ door kolonel Jamaal Abdul Nassir. Hij kreeg ook een Certificaat van Verdienste op het gebied van Ahadith. Na het in ontvangst nemen van de diploma en  bekroningen keerde hij terug naar huis om zijn islamitische missie voort te zetten.

5. Zijne Eminentie gaat naar huis

Allama Mufti Mohammed Akhtar Raza Khan ging drie jaar later op 24 jarige leeftijd terug naar huis. Een grote menigte wachtte op hem vol ongeduld op het treinstation. Zij gaven hem een warme applaus. Een artikel gewijd aan zijn terugkomst werd door de heer Umeed Razvi geschreven in het tijdschrift  Monthly A’la Hazrat’ met de koptitel “GREAT WELCOME.” Dit artikel luid als volgt: “Een prachtige en geurige roos uit de Tuin van A’la Hazrat, Zijne Eminentie Hazrat Maulana Akhtar Raza Khan, de zoon van Hazrat Mufassir-e-Azam Hind Maulana Ibrahiem Raza Khan  arriveerde in Bareilly Sharief na een lang verblijf in Al Azhar Universiteit. Hij arriveerde in Bareilly Sharief na het voltooien van zijn studies in de Al Azhar in Caïro. Hij werd verwelkomd op het Bareilly Junction Railway Station door veel fans, vrienden, families, vooraanstaande Ulama (schriftgeleerden) en studenten van Madressa Manzare Islam. Onder de spirituele supervisie van Huzoer Sarkaar Mufti-e-Azam-e-Hind werd hij verwelkomd. Zij toonden Zijne Eminentie veel respect en liefde en versierden hem met kransen geschikt met kleurige bloemen. Deze organisatie feliciteerde Maulana Akhtar Raza Khan en zijn familie voor het behaalde succes van hem. Wij bidden tot Allah Almachtige met de Wasiela van de Heilige Profeet  dat hij een ware opvolger van zijn voorvaders mag worden, vooral van A’la Hazrat Imam-e-Ahle Sunnah Mujaddid-e-Dien-o-Millat Imam Ahmed Raza Khan .” Amien.

 

 

6. Gezegend met Khalifah

Toen hij 20 jaar oud was werd hij gezegend met Khalifah door Ghousul Waqt Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind . Deze onderscheidende gebeurtenis vond plaats op 15 januari 1962. Veel vooraanstaande personen waren tijdens deze gelegenheid aanwezig. Onder hen was Shamsul Ulama Maulana Shamsuddien Ahmad en Burhanul Millat Hazrat Burhanul Haq.

Over Allama Sadrush Shari’ ah  Ash Shah Maulana Amjad Ali  is bekend dat hij de volgende verklaring deed tijdens de Urs van Hujjatul Islam Hazrat Maulana Haamid Raza Khan : “ Ik vroeg A’ la Hazrat tijdens zijn leven wie zijn opvolger zal worden. A’ la Hazrat antwoordde dat het Huzoer Haamid Raza Khan zal zijn. Ik vroeg hem wie daarna zijn opvolger zal worden en hij antwoordde Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind. Vervolgens vroeg ik wie daarna de opvolger wordt. Hij antwoordde dat het Jilani Mia (vader van Mufti Akhtar Raza Khan) is op grond van kennis en praktijk. Er is geschreven dat toen hij Jilani Mia tot zijn Muried (spirituele leerling) maakte hij in zijn Shajrah de volgende woorden schreef ‘ Khalifa, Insha-Allah, op basis van kennis en praktijk.’  Over de spirituele status van Zijne Eminentie Hazrat Mufti-e-Azam-e-Hind is geschreven dat hij zei, ‘ik heb veel hoop op deze kleine jongen’ (Mufti Akhtar Raza Khan al Qadri Azhari).

Gedurende latere tijd gaf Mufti-e-Azam-e-Hind  zijn verklaring op geschrift aan Hazrat Allama Akhtar Raza Khan.

Op 14 en 15 november 1984 toen Hazrat Allama Mufti Mohammed Akhtar Raza Khan al-Qadri Azhari zichzelf aan de voet van Ahsanul Ulama Hazrat Maulana Sayed Hassan Mia Barakaati  de Sajjadah Nashien van Khanqah Aaliyah Barakaatiyah Mahrerah (Mahrerah Sharief) presenteerde, hij werd verwelkomd met de volgende woorden: “Qaa’ im Makaam Huzoer Mufti Azam! Allama Azhari! Zinda baad!”

In een bijeenkomst waarin veel Ulama, Mashaa’ ikh en andere eerwaarden aanwezig waren verklaarde Maulana Hassan Mia Barakaati: “ Als hoofd van de Khanqah-e-Aaliyah Barakaatiyah Nooriyah presenteer ik Allama Akhtar Raza Khan alle khalifah en spirituele toestemmingen van de Qaadriya, Barakaatiyah en Nooriyah. Laat een ieder die hier aanwezig is inclusief de Barakaati Murieds dit horen en de Ulama die hier eveneens aanwezig is getuige zijn.”

Na deze zegenrijke woorden wikkelde Hazrat Maulana Sayed Hassan Mia Barakaati  de Amamah (tulband) om het hoofd van Hazrat Allama Akhtar Raza Khan Azhari en gaf hem eveneens wat geld en een cadeau. Hij verkreeg evenzo khilafah van Sayyidul Ulama Maulana Sayyid Aa’ la Mustafa en Maulana Burhanul Haq Razvi. Zelfs toen hij nog een student was vaardigde Hazrat Maulana Ibrahiem Raza Khan  een verklaring waarin hij zijn zoon Hazrat Allama Akhtar Raza Khan Azhari als zijn opvolger benoemde.

 

 

7. Huwelijk

Taajush Shariah trouwde met de dochter van Hakimul Islam Maulana Hasnain Raza Khan op dinsdag 3 november 1968 in Bareilly Sharief. Uit zijn huwelijk kamen 6 kinderen voort, een zoon en vijf dochters. Zijn zoon is Mohammed Muhaamid Raza en is bekend als ‘Asjad Mia’ . Moge Allah Almachtige hem verrijken met spirituele zegen van A’ la Hazrat Imam Ahmed Raza Khan al Qadri .

 

 

8. Onderscheidende docenten

Hij volgde onderwijs onder supervisie van vele eerwaarde docenten die zelf grote schriftgeleerden van hun tijd waren. Onder hen bevonden zich:

1.      Zijn grootvader van moederskant Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind Maulana Shah Mustafa Raza Khan Noori Barkaati .

2.      Bahrul Uloom Maulana Sayed Afzal Hoesein Razvi.

3.      Zijn vader Sheikh-e-Tafsier Hazrat Maulana Ibrahiem Raza Khan (Jilani Mia) .

4.      Hazrat Maulana Allama Muhammed Simahi-Sheikh-ul-Hadith en Tafsier, Al Azhar Universiteit.

5.      Hazrat Maulana Mahmoed Abdoel Ghaffar, Al Azhar Universiteit.

6.      Zijn oudste broer Rehaan-e-Millat Hazrat Maulana Rehaan Raza Khan en

7.      Ustaaz-ul-Ulama Mufti Mohammed Ahmed Jahangier Khan Razvi.

 

 

9. Als een docent

In 1967 toen hij 25 jaar werd is hij benoemd als docent aan de Darul Uloom Manzare Islam. Verheugd accepteerde hij deze aanstelling en begon met het lesgeven. In 1968 werd hem door zijn oudste broer Hazrat Maulana Rehaan Raza Khan de functie CEO/directeur van Darul Uloom Manzare Islam aangeboden welke hij nederig aanvaarde. Tegelijkertijd werd hij ook aangewezen als Oppermufti van het instituut. Deze dienstbaarheid vervulde hij gedurende 12 jaar. Hij leidde de Madressa met onderscheiding tot bloei en vooruitgang. Later als gevolg van zijn wereldwijde reizen als missionaris begon hij particuliere onderwijs van de Heilige Qur’ aan te geven. Veel studenten kamen van heinde en verre.

In 1986 en 1987 doceerde hij de gezegende Sahih Bukhari aan de Jamia Islamia Ganj Qadim in Rampur. In het begin van 1987 ging hij wederom Sahih Bukhari doceren aan de Madressa Farooqiya en in 1988 doceerde hij Sahih Bukhari Sahrief aan de Jamia Amjadia in Karachi. Later in het dat zelfde jaar doceerde hij ‘ Shaya Waqqaya’ (een befaamd boek over islamitische jurisprudentie) aan de Al Jamiatul Qadria.

Hazrat Maulana Mufti Mohammed Akhtar Raza Khan Azhari heeft eveneens een excellente kennis van de Engelse taal.

 

 

10.Het uitvaardigen van Fatawa

Dienstverlening aan de mensheid is altijd kenmerkend geweest voor de familie van Sayyiduna A’la Hazrat. Als wij de onderstaande details nader onderzoeken, zullen wij inzicht krijgen in de lange periode van dienstverlening door zijn familie.

1.      1831 – 1865: Hazrat Maulana Raza Ali Khan

2.      1869 – 1921: A’ la Hazrat Ash Shah Imam Ahmed Raza Khan

3.      1895 – 1942: Hazrat Maulana Haamid Raza Khan

4.      1910 – 1981: Hazrat Maulana Mustafa Raza Khan .

 

Wij zien dus dat deze familie voor meer dan 163 jaar islamitische diensten heeft verleend aan de mensheid wereldwijd. Deze oorsprong continuerende, Zijne Eminente beantwoord vragen op verschillende terreinen van de islam en de wereld. Hij doet dit sinds zijn 17 jarige leeftijd en onder de spirituele leiding van Ghous-ul-Waqt Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind  en Maulana Mohammed Afzal  Hoesein Razvi. In het verlengde van deze enorme werkdruk en ontvangen verzoekschriften uit de wijde wereld werken vele islamitische schriftgeleerden onder supervisie van Taajush Shariah om deze grote vraag te vervullen.

Er is geschreven dat eens Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind Maulana Mustafa Raza Khan  de volgende woorden tot Zijne Eminentie richtte: “Akhtar Mia! Er is geen tijd om thuis te zitten. Het is aan jou om deze taak op je te nemen, daarom draag ik het aan je over.” De grote heilige wendde zich daarna tot de aanwezigen en zei: “Jullie zullen vanaf nu zich moeten gaan naar Akhtar Mia. Hij is nu mijn opvolger.”

Taajush Shariah zelf verklaarde het volgende: “Ik was al sinds kindertijd aan de spirituele Orde van Huzoer Mufti-e-Azam-e-Hind aangesloten. Bij mijn terugkeer van Jamia Al Azhar en de voorkeur gevende aan, kwam ik in aanraking met het geven van Fatawa. In het begin deed ik dit onder toezicht van Mufti-e-Azam-e-Hind  door hem mijn werk te laten zien. Na enige tijd werd ik bekwaam in dit vak, maar bleef mijzelf voortdurend bij Mufti-e-Azam-e-Hind vervoegen. In zeer korte tijd en door de spirituele zegening van Mufti-e-Azam-e-Hind kreeg ik onmetelijke profijt in dit vak.” De afgelopen 30 jaar heeft Zijne Eminentie deze aan hem, door buitengewone spirituele beroemdheden, toevertrouwde taak volbracht. Zijn islamitische vonnissen worden wereldwijd herkend en geaccepteerd. Taajush Shariah heeft meer dan 5.000 vonnissen uitgebracht.

 

 

11. Verkregen titels

Op 18 augustus 1984 arriveerde Mufti Akhtar Raza Khan in Junagardh voor het bijwonen van een bijeenkomst in Junagardh Masjid georganiseerd door Bazme Raza. Daar waren veel Ulama aanwezig. Hij kreeg de titel Taajul Islam’ (Kroon van de Islam). Deze titel werd ook bekrachtigd door Mufti-e-Gujrat Mufti Ahmed Mia Sahib. Hij kreeg ook de titel Faqih Islam’ (de jurist van de islam) van Sheikh-ul-Hadith Maulana Mufti Sayed Shaahid Ali Razvi Rampuri. Ook kreeg hij de titel Taajush Shariat’ (Kroon van Shari’ ah) en Marja’i Ulama’. Naast deze titels heeft hij veel meer bekroningen mogen ontvangen van eminente schriftgeleerden van de islam.

 

 

12.Pelgrimstocht naar Mekka

In september 1983 verrichtte hij zijn eerste Hadj en in 1986 zijn tweede Hadj. Ook heeft hij veel Umrah mogen verrichten.

 

 

13.Arrestatie door Saoedi overheid

Op  13 september 1996 werd een grote protestactie in Mumbai (Bombay) georganiseerd tegen de Saoedi regering. De redden was dat duizenden moesliems gehoord hadden dat Zijne Eminentie gevangen genomen was in Saoedi Arabië. Deze protestactie werd georganiseerd onder leiderschap van Sheikh-ul-Hadith, Hazrat Allama Zia-ul-Mustapha Al Qaderi Amjadi. Ruim 50.000 mensen namen deel aan de protestactie waaronder Imams, Ulama en vooraanstaande islamitische leiders. De actievoerders lieten hun boosheid en minachting aan de Saoedi regering blijken. Als gevolg van deze en andere protestbijeenkomsten werd uiteindelijk Zijne Eminentie vrijgelaten door de Saoedi verdoemden.

Bij zijn aankomst in India gaf Zijne Eminentie persoonlijk een mondeling persbericht hoe hij in Medina Sharief meegemaakt dat als volgt was:

 

“Op de avond van 31 augustus 1996 omstreeks 03:00 uur kwam een CID-agent vergezeld met andere politie officieren in uniform bij mijn logeergelegenheid (hotel) aan en zonder enige aankondiging begon hij mijn paspoort te zoeken. Zij zeiden dat zij mijn bagage wilden doorzoeken. Ik verzocht mijn gesluierde echtgenote toen om in de badkamer te gaan. Een pistool werd toen naar mij gericht en ik werd gevraagd op te schuiven. Zij begonnen vervolgens mijn koffers te doorzoeken. Ik had op dat moment een paar boeken bij mij die ik van Maulana Sayed Alawi Maliki had gekregen en een paar boeken van Ala Hazrat. Ik had ook een kopie van Dalaa’il-ul-Khairaat Sharief bij mij. Zij namen de boeken in beslag en vroegen naar een agenda die ik niet in mijn bezit had. Ze namen onze paspoorten en vliegtickets in beslag. Dezelfde nacht werd ik gevraagd om een paar vragen over verschillende onderwerpen te beantwoorden. De eerste vraag had betrekking op waar ik mijn Djuma namaaz had verricht. Ik antwoordde dat ik een reiziger ben en de Djuma namaaz dus niet op mijn verplicht is gesteld. Daarom heb ik de Zohr namaaz in mijn hotel verricht. Zij vroegen mij of ik ooit namaaz in Haram Sharief heb verricht. Ik antwoordde dat ik gezien de afstand van mijn hotel en Haram Sharief ik uitsluitend voor Tawaaf (rondgang van de Kaaba) naartoe ga. Vervolgens vroegen zij mij hoe ik aan de boeken van Maulana Sayed Alawi Maliki ben gekomen. Ik vertelde dat de hoogbegaafde geleerde die boeken, een paar dagen geleden tijdens bij bezoek aan hem, aan mij had gegeven. Nadat de CID agent door een paar boeken van Ala Hazrat betreffende het voordragen van Naath en verschillende wet- en regelgeving van Hadj bladerde vroeg hij aan mij welke relatie ik met Ala Hazrat had. Ik vertelde hem dat hij mijn grootvader van vaderszijde was. Aan het eind van deze vragensessie die de hele nacht duurde namen zij mij mee en sloten mij op in een cel op een moment dat het Fadjr namaaz tijd was. Op dezelfde dag werd ik omstreeks 10:00 uur weer ondervraagd door de CID agent over de verschillende sekten in India. Ik vertelde dat onder de verschillende sekten Shia en Qadianies waren. Ik vertelde hem ook dat Ala Hazrat de Qadianie sekte en andere sekten als corrupte sekten had bestempeld en hij over die sekten vele boeken had geschreven. Vervolgens vertelde ik hem dat er een trend is ons Bareilvies te noemen. Sommigen denken dat Bareilvie een nieuwe sekte is. Ik verklaarde dat dit onzin was en dat in werkelijkheid wij de ware Ahle Sunnah wa Jamaah zijn. Ik legde uit dat Ala Hazrat geen basis voor een nieuwe sekte heeft gelegd. Zijn leerstellingen waren gebaseerd op de Heilige Profeet  en Ashaab  (metgezellen van de Profeet), de Tabi’ien (volgers) en de heilige mensen van het verleden en wij ons Ahle Sunnah wa Jamaah noemen. Ik legde hem uit wat het verschil is tussen de Soennie en de Wahabi. Ik legde uit dat de Wahabi niet geloven dat de Heilige Profeet Mohammed   Kennis van het Ongeziene (I’lm-e-Ghayb) heeft wat door Allah Ta'ala aan hem is begunstigd.  Zij geloven niet dat de Profeet zal bemiddelen voor de schepping en dat zij het Shirk (ongeloof) noemen als de Heilige Profeet   of AwliyahMay Allah be pleased with him om hulp wordt gevraagd. Vervolgens zei ik dat de Soennies geloven dat de Profeet zal bemiddelen en dat het toegestaan is om hem hulp te vragen en te geloven dat hij een bemiddelaar is. Wij (soennies) geloven dat hij onze betoog door de begunstiging van Allah Ta'ala hoort en hij zeerzeker I’lm-e-Ghayb bezit. Daarna vervolgde ik door bewijzen voor te dragen uit de Heilige Qur'aan en verschillende authentieke bronnen waarin de Ahle Sunnah wa Jamaah gelooft.

 

Op de tweede dag presenteerde hij mij een getypte rapport (verklaring) waarin stond, ‘ik Akhtar Raza, zoon van Ibrahim Raza, is een volgeling van de Bareilly religie’. Ik reageerde woedend en verwierp zijn rapport door nogmaals te bendrukken dat Bareilly niet een godsdienst is en als er zulk een godsdienst bestaat ik geen deel uitmaak van die godsdienst. Verder had de CID agent in zijn rapport geschreven dat,’ik een volgeling ben van Imam Ahmed Raza. Ons geloof is dat wij de bemiddeling en hulp van de Profeet accepteren en wij verder geloven dat het toegestaan is om zijn hulp te vragen. Wij geloven dat de Profeet I’lm-e-Ghyab bezit, ondanks dat de Wahabi het Shirk vinden. Daarom verricht ik geen namaaz achter hen (Wahabi).’ Daarna werd ik op verschillende manieren ondervraagd over dezelfde vragen. Ik werd ook gevraagd over mijn reis naar Londen en of ik de conferentie aldaar had bezocht. Ik antwoordde dat de conferentie was gearrangeerd in opdracht van de regering en hoge politici. Ik vertelde hem dat wij geen politici zijn noch hebben wij contact met enige regering. De doelstelling van de conferentie was de Eenheid van de Moesliems en Moesliem Privaat Recht. De kosten van die conferentie werden gedragen door de Soennie moesliems van Londen. Ik bracht ter sprake dat een verzoek was gericht aan de conferentie waarbij het mogelijk was voor een soennie zich te nomineren in de Moesliem Wereld zoals aan de Nadwis oneerlijke vooruitzichten zijn gegeven. Ik zei dat deze resolutie unaniem was aangenomen en gepasseerd. Op dat moment benaderde eens CID senior agent mij en uitte,’ik moet bekennen dat ik u om uw leeftijd en kennis eerbiedig en dat misschien in betere omstandigheden ik u zou verzoeken om dua (smeekbede) voor mij te doen’. Toen ik hem vroeg naar de reden van mijn arrestatie antwoordde hij niet adequaat maar zei merendeels dat hij degene was die de politie had gevraagd zijn handboeien los te maken. Zij overwogen mijn vrijlating uit te stellen zonder mij te vervolgen en de kans ontnomen om Medina Sharief te kunnen bezoeken. Na 11 dagen werd ik geboeid vervoerd naar Jeddah luchthaven. Zij lieten mij gedurende de reis niet eens Zohr namaaz verrichten en moest ik Qazah namaaz verrichten.”

 

 

14.Saoedi overheid reikt een speciaal visum uit

Wij hebben gelezen hoe de onwettige Saoedi overheid Zijne Eminentie zonder reden liet arresteren. Hij werd gevangen genomen gedurende 11 dagen en de straf was dat hij niet in staat werd gesteld om Madina Sharief te bezoeken. Het komt door dit despoot gedrag van de Saoedi dat duizenden soennie moesliems wereldwijd pijn verdriet in hun hart hebben geleden. Het gaf aanleiding voor vele protestacties en talloze nieuwsreportages op dit incident. Als gevolg hiervan zei koning Fahad van Saoedi Arabië dat alle moesliems van iedere stroming op hun eigen wijze hun ibaadah (gebed) in Saoedi Arabië mogen verrichten. Deze demonstratie vervolgde en de afgezanten van World Islamic Mission in Londen reageerden onvermurwbaar naar koning Fahad en zijn broer Turki ibn Abdul Aziz met betrekking tot de controversieel Wahabi geloof. Hazrat Allama Arshadul Qadri presenteerde eveneens een memorandum in het Arabisch aan de ambassadeur van Saoedi Arabië. Het resultaat was dat op 21 mei 1997 Zijne Eminentie een uitnodiging van de Saoedische ambassade in Delhi ontving met de mededeling: “De regering van Saoedi Arabië heeft besloten u een speciale visum te geven voor het doen van Umrah en bezoeken van Medina Sharief. Dit speciale visum is voor een maand geldig.” Op 27 mei 1997 arriveerde Taajush Shari’ah in Saoedi Arabië om zijn plicht te vervolmaken en werd aldaar ontvangen door de Saoedi ambassadeur die hem groot respect en hoffelijkheid toonde. 16 Dagen daarna keerde Zijne Eminentie terug naar India en werd daar door een grote menigte op zowel Delhi als Mumbai stations opgewachte en verwelkomt.

 

 

15. Murieds

Er was gerapporteerd dat Ghous-ul-Waqt Huzoer Mufti-e-Azam HindMay Allah be pleased with him eens  de moesliems had geadviseerd muried (mystieke volgeling) te worden van Zijne Eminentie. Op een dag liet hij persoonlijk een grote groep moesliems worden van Taajush Shari’ah. Toen hij door Mufti-e-Azam Hind naar verschillende plaatsen werd gestuurd werden grote getallen moesliems zijn murieds. Taajush Shari’ah heeft tot muried duizenden moesliems uit onder andere Irak, Pakistan, Medina Sharief, Mekka Sharief, India, Bangladesh, Sri Lanka, Mauritius, Engeland, Nederland, Zuid Afrika, Amerika, Riyad, Iran, Turkije en Malawi gemaakt. Het zijn moesliems van verschillende kwaliteiten zoals vooraanstaande Ulema (theologen), Mashaa’khs, dichters, proza schrijvers, doctors en wetenschappelijke onderzoekers. Hij arriveerde voor het eerst in 1990 in Zuid Afrika op uitnodiging van Maulana Abdul Hadi Al-Qaadiri Radawi, President of the Imam Ahmed Raza Academy en gaat sindsdien daarheen op uitnodiging van zijn murieds.

 

 

16.Beroemde Khulafa

 

Onder de murieds van Taajush Shari’ah zijn de bekende khulafa (opvolgers):

1.      Maulana Mufti Sayed Shahid Ali Razvi

2.      Mufti Muhammed Ja?ish Barkaati

3.      Maulana Muhammed Haniff Razvi

4.      Maulana Saghir Ahmad Razvi

5.      Maulana Muhammad Hussain Siddiqi

6.      Qari Haamid Ali

7.      Hafiz Shah Laiq Ahmad

8.      Maulana Sayed Abdul Aziz Razvi

9.      Mufti Aziz Ahsan Razvi

10.  Maulana Sayed Shahid Ali Noorani